Verkiezingsthema's nauwelijks veranderd in 75 jaar peilen

    Klik hier om het orginele artikel te lezen op www.tns-nipo.com (2 November 2020)

    Kantar, Kantar Public, TNS NIPO, het NIPO: al 75 jaar tijd houden wij als onderzoeksbureau de vinger aan de pols als het gaat om belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen en thema’s in Nederland en daarbuiten.

    Zo peilen we ook altijd rondom de landelijke verkiezingen. Als onderzoeksbureau is dat een goed moment om de kwaliteit van je panel en methoden te laten zien.

    Al sinds de oprichting van ons bedrijf in 1945 vragen we de Nederlanders op wie ze gaan stemmen en waarom. Ter ere van onze 75e verjaardag doken we diep in onze archieven en bekeken we de geschiedenis van de verkiezingsthema's door de jaren heen. 

    Meerderjarig en dienstplichtig? Dan ook stemrecht! (1946)
    Net opgerichte PVDA mag na verkiezingen in 1946 meteen meeregeren
    De zwevende kiezer bestaat al sinds 1948
    Identiteit van PVDA en VVD nauwelijks veranderd in 70 jaar tijd
    De kiezer vindt een links blok al decennia een goed idee (1972)
    Werkeloosheid, woningnood en milieubescherming belangrijke verkiezingsthema's in 1981... en 2020
    Het succes van nieuwe politieke partijen zoals de LPF in 2002 werpt vaak zijn schaduw vooruit
     

    Meerderjarig en dienstplichtig? Dan ook stemrecht!

    Een van de eerste persberichten van het Nederlandsch Instituut voor de Publieke Opinie dateert uit 1946, en had als onderwerp het verlagen van het stemrecht van 25 jaar oud naar 23 jaar. 60% van de Nederlanders was daar toentertijd voorstander van.

    Overigens was slechts 23% voorstander voor het verlenen van stemrecht aan Nederlanders jonger dan 21 jaar. Het waren vooral stemmers op de linkse partijen SDAP, de (nog op te richten) Partij voor de Arbeid en de CPN die voor een jonger stemrecht waren.


     

    Net opgerichte PVDA mag na verkiezingen in 1946 meteen meeregeren

    Uit de zetelpeiling op dezelfde datum in 1946 uitgevoerd onder ‘ondervraagden uit het hele land en van alle rangen en standen’ naar de eerste vrije verkiezingen in Nederland bleek dat de toen nog fictieve Partij van de Arbeid al direct 10% van de stemmen mocht noteren. De Partij van de Arbeid ontstond in datzelfde jaar uit een fusie van de SDAP met de Vrijzinnige Democratische Bond (VZB) en de Christelijke Democratie Unie (CDU).

    Gezamenlijk wist de nieuwe PvdA toen 34% van alle stemmen voor zich te winnen in de NIPO-peiling,  wat niet ver afweek van de 28% die de nieuwe PvdA uiteindelijk echt behaalde bij haar eerste verkiezingen. Ver zat NIPO er ook niet naast met verkiezingswinnaar KVP die met 31% de verkiezingen won, en in onze peilingen goed was voor 27% van de stemmen. PVDA mocht meteen meeregeren. Samen met de KVP vormde de partij het eerste Kabinet-Beel.


     

    De zwevende kiezer bestaat al sinds 1948

    In 1948 deed de VVD voor het eerst mee aan de verkiezingen. Het Nederlands Instituut voor de publieke Opinie peilde de partij destijds op 8%, precies het percentage dat ze behaalden en waarmee ze met 10 zetels (toen waren er nog 100 zetels in de Tweede Kamer) in de kamer kwamen. Ook met de KVP (32% gepeild, 31% gekregen) de PvdA (25% gepeild, 25.6% gekregen) en de Anti-Revolutionnaire Partij (13% gepeild, 13.2% gekregen) waren de NIPO-peilingen heel nauwkeurig .

    Tijdens deze verkiezingen trad de zwevende kiezer voor het eerst op de voorgrond. Sommige mensen denken dat dit een relatief nieuw fenomeen is, maar in 1948 twijfelde ook maar liefst 20% van de bevolking op welke partij ze moesten stemmen.


    Identiteit van PVDA en VVD nauwelijks veranderd in 70 jaar tijd

    De identiteit van onze politieke partijen is diepgeworteld. Stemmers van de KVP deden dit vooral omdat ze katholiek waren. Al in 1952 herkenden kiezers dat de PvdA ‘strijdt voor de arbeider'. 18% noemt als eerste associatie bij de PvdA ‘het sociale programma’. Dat was in 1956 een van de belangrijkste redenen om voor de PvdA te stemmen (tweede plek) en dat is het anno 2020 nog steeds (eerste plek).

    In datzelfde kader geeft 23% aan dat de VVD zich het meeste inzet voor ‘de middenstand’ en ‘de (kleine) zelfstandigen’.


     

    De kiezer vindt een links blok al decennia een goed idee

    Recentelijk kwam de discussie weer op of de linkse partijen zich niet het best zouden verenigen in één links blok. De discussie werd aangezwengeld door oud-collega en opiniepeiler Peter Kanne in de Volkskrant, waar hij aangaf dat ‘de kiezer een links blok wel zou zien zitten'.  

    Dat dit niks nieuws onder de zon is, blijkt wel uit een opiniepeiling uit 1972 waarin NIPO het Nederlandse publiek vroeg of ‘de progressieve drie’ - PvdA, D’66 en de Radikalen (in 1991 opgegaan in GroenLinks) - niet beter één progressieve partij konden vormen.

    Net als nu was ook destijds de meerderheid van de kiezers van deze partijen hier voorstander van. Nadat de PVDA in 1946 ontstond, is een dergelijke politieke fusie echter nooit meer van de grond gekomen. Niet in de laatste plaats omdat de nuances in wat beide kiezersgroepen belangrijk vinden ondanks de overeenkomsten toch nog best ver uit elkaar liggen, anders dan in 1946 bij het ontstaan van de PvdA het geval was.


     

    Werkeloosheid, woningnood en milieubescherming belangrijke verkiezingsthema’s in 1981 en… in 2020!

    Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 1981 zagen we dat de bestrijding van de werkloosheid, het oplossen van de woningnood en milieubescherming de top-3 belangrijkste onderwerpen vormden waarop Nederlanders hun partijkeuze baseerden.

    Dat is heden ten dage nauwelijks anders. Economie en werkgelegenheid staan op de tweede plek, vlak onder (plaats 7 in 1981) de gezondheidszorg, een onderwerp dat nu met de coronacrisis natuurlijk meer dan ooit in de aandacht staat.




     

    Het succes van nieuwe politieke partijen zoals de LPF in 2002 werpt vaak zijn schaduw vooruit

    Het verkiezingsjaar 2002 is voor velen het moment geweest waarop een tot dan toe onzichtbare ontevreden onderstroom van Nederlanders zichtbaar werd. Nadat Pim Fortuyn op 6 mei 2002 werd vermoord, werd Lijst Pim Fortuyn (LPF) bij de Tweede Kamerverkiezingen in een klap de grootste nieuwe politieke partij ooit. LPF werd meteen de tweede partij van Nederland met 26 zetels (na het CDA met 43 zetels).

    De moord op Fortuyn heeft onmiskenbaar een invloed gehad op de enorme zetelwinst van de partij. Maar als NIPO zagen we destijds het grote succes van Fortuyn al aankomen, getuige het persbericht waarin we zijn partij drie maanden voor de verkiezingen op 16 zetels peilden.

    Ook in 2006 herkende het NIPO de opkomst van de - van de VVD afgescheiden - Groep Geert Wilders. In de laatste peiling peilde het NIPO deze partij op 6 zetels, waar zij uiteindelijk met 9 zetels in de Tweede Kamer kwam. Ook de intrede van de Partij voor de Dieren, met 2 zetels in de kamer, werd door het NIPO goed aangevoeld.

    Meer weten over verkiezingsonderzoek en politieke peilingen?

    Inmiddels als Kantar peilen wij nog altijd maandelijks de politieke voorkeur, wat daarmee één van de langst lopende trends is die wij bijhouden.

    Ook in aanloop naar de komende Tweede Kamerverkiezingen die op 17 maart 2021 worden gehouden publiceren we weer peilingen. Met de verwachte deelname van zeker 27 partijen, een sluimerende economische crisis én de allerminst sluimerende coronacrisis beloven ook deze verkiezingen weer spannend te worden. Aan ons de uitdaging om ook deze keer weer de politieke een maatschappelijke trends te herkennen.

    Heb je vragen of interesse in verkiezingsonderzoek en de politieke peilingen? Neem dan gerust contact met ons op.


    Manuel Kaal

    Client Consultant & Opiniepeiler

    m 06 13521739
    Manuel.Kaal@kantar.com  


     

    Bart Koenen

    Senior onderzoeker & opiniepeiler

    t  (020) 5225 554  
    Bart.Koenen@kantar.com