Oekraïnereferendum leeft nog niet, tegenkamp beter gemobiliseerd

Gepubliceerd: 25-02-2016

Bijna de helft van de Nederlanders (49%) is niet op de hoogte van het Oekraïnereferendum, dat op 6 april plaats gaat vinden. Er komt ze maar weinig over ter ore- slechts een kwart zegt wel af en toe iets te vernemen via de media. Daarmee lijkt de echte campagne nog te moeten beginnen. De opkomstintentie ligt dan ook zwaar onder de dertig procent. Áls kiezers al willen opkomen, dan neigen ze eerder naar ‘tegen’. Dit blijkt uit onderzoek van TNS NIPO eerder deze week.
 
Niet meer dan de helft van de Nederlanders (51%) geeft aan vooraf te weten dat er een referendum over het associatieverdrag met Oekraïne wordt gehouden. In totaal 12% weet de juiste datum – 6 april – te noemen. De media-aandacht laat nog wat te wensen over, als het aan de gemiddelde Nederlander ligt: een kwart (23%) geeft aan vaak iets over dit referendum te hebben gelezen, gehoord of gezien. De rest geeft aan dat dit ‘niet zo vaak’ (41%) of ‘nooit’ (28%) het geval is.
 
Verreweg de meeste mensen die aangeven te weten waar het referendum over gaat, noemen een correct antwoord: ‘Associatieovereenkomst’, dan wel ‘handelsverdrag’. Toch zijn er ook mensen die een fout, of gekleurd antwoord geven: ‘Dat Oekraïne bij de EU gaat komen’, of: ‘Oekraïne versus Rusland’.
 
Vooralsnog lage opkomstintentie – hoger onder eurosceptici
Het nog maar zeer de vraag of het benodigde opkomstpercentage van 30% gehaald gaat worden. Op dit moment is de opkomstintentie te laag om deze grens te halen. Het percentage Nederlanders dat aangeeft ‘zeker wel’ te gaan stemmen ligt nu op 21%. Dit is – hoewel het de komende weken zeker nog zal oplopen - doorgaans een goede indicator voor het werkelijke opkomstpercentage. Daarnaast is er een grote groep die twijfelt: 28% geeft aan waarschijnlijk wel te gaan stemmen.

Mensen die nu GroenLinks zouden stemmen zijn het meest gemobiliseerd (33%), gevolgd door PVV-stemmers (28%). Verder: mensen die zich tegenstander van Nederland in de EU verklaren – circa een kwart van de ondervraagden – zijn gemotiveerder om te gaan stemmen dan mensen die voorstander zijn van Nederland in de EU (respectievelijk 28% en 23% zegt zeker wel te gaan stemmen).
 
1| Lage opkomstintentie – hoger bij eurosceptici en GroenLinks- en PVV-kiezers
 
  Totaal Voor NL in EU n=619 Tegen NL in EU n=255 Nu 
VVD n=107
Nu
PvdA n=50
Nu
PVV n=163
Nu
D66 n=73
Nu 
GL n=49
Nu CDA n=74 Nu 
SP n=87
Zeker wel 21% 23% 28% 26% 19% 28% 26% 33% 25% 26%
Waarschijnlijk wel 28% 34% 22% 35% 36% 22% 44% 35% 48% 34%
Waarschijnlijk niet 17% 20% 16% 17% 26% 15% 17% 12% 11% 13%
Zeker niet 15% 10% 17% 11% 9% 13% 8% 7% 7% 8%
Weet niet 19% 13% 17% 11% 10% 23% 5% 14% 8% 19%
 
 
 
 
 
 
 
 
 



Tegenstanders van het verdrag vooralsnog beter gemobiliseerd
Als het referendum op dit moment gehouden zou worden, dan zou het ‘nee’ kamp een overwinning boeken. Het percentage Nederlands dat zegt tegen het verdrag te gaan stemmen, is groter dan het percentage dat aangeeft voor het verdrag te stemmen.

Van de Nederlanders zegt 23% voor het verdrag te gaan stemmen, terwijl 27% tegen gaat stemmen.  Nog eens 34% weet het nog niet. Nadat deze mensen in evenredige mate aan pro- en contra-argumenten voor het verdrag zijn blootgesteld[1], is 33% tegen het verdrag en blijft 23% voor het verdrag.

Als er wordt gekeken naar het verschil tussen aanhangers van politieke partijen, blijkt dat mensen die op dit moment aangeven PVV te stemmen voornamelijk tegenstanders zijn van het associatieverdrag (9% zou voor stemmen, 62% tegen). Ook SP-kiezers zijn per saldo tegen (26% voor, 40% tegen).  Aanhangers van GroenLinks, CDA, D66 en PvdA zijn over het algemeen voor.
 
Op dit moment is het ‘nee’ kamp echter een stuk beter gemobiliseerd. Aanhangers van een partij als de PVV zijn bovengemiddeld voornemens om te gaan stemmen (zie tabel 3), terwijl kiezers van partijen in het ‘ja’-kamp veelal minder kiezers vertegenwoordigen (D66, GroenLinks, CDA, PvdA), of weinig gemotiveerd zijn (voornamelijk PvdA - 19%).
 
Daar komt nog bij dat Nederlanders die aangeven tegen Nederland in de EU te zijn niet altijd gemotiveerder zijn (zie tabel 3), maar ook eensgezind ‘tegen’ gaan stemmen 61% zegt dat te gaan doen. Voorstanders van Nederland in de EU zijn niet alleen minder gemotiveerd, maar ook meer verdeeld: 36% geeft aan voor te willen stemmen, terwijl toch nog 28% tegen zegt te stemmen.

Het ‘voor’-kamp lijkt alleen een reële kans te maken als ook de ‘waarschijnlijk wel’-stemmers opkomen. In dat geval nadert het aantal voorstanders het aantal tegenstanders (37% versus 42%).
 
2| Na informatie groeit tegenkamp – eurosceptici veel eensgezinder in stemgedrag dan eurofielen
 
  Voor info   Na info ‘Zeker wel’ stemmen Zeker wel +  waarschijnlijk wel stemmen Voor NL in EU Tegen NL in EU
Voor 23%   23% 42% 37% 36% 3%
Tegen 27%   33% 50% 42% 28% 61%
Weet nog niet 34%   28% 7% 20% 26% 18%
Hoe dan ook niet stemmen 16%   16% - 1% 10% 18%
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Argumenten voor: stabiliteit, handel. Tegen: corruptie, angst voor Rusland
Voorstanders spreken voornamelijk over de economie en de stabiliteit van Europa:
 
‘Een stabiel Europa is gebaat bij een verder gaande samenwerking met Oekraïne en het bevordert ook de buitenlandse handel van Nederland’
 
‘Een associatieverdrag is gunstig voor de Europese unie en kan zorgen voor meer stabiliteit. In de toekomst maakt het een zelfde soort verdrag met Rusland ook waarschijnlijker.’
 
Veel tegenstanders zien Oekraïne als een corrupt land. Andere tegenstanders vinden dat Rusland niet uitgedaagd moeten worden:
 
Corrupt gedoe; ver van weg blijven. zijn alleen uit op ons geld.’
 
‘Heb angst voor het ultrarechtse Oekraïne en heb geen behoefte om Rusland te treiteren en om nog meer corruptie naar NL te halen. Het is goed een bufferstaat op die plaats te hebben.’
 
 
Voor meer informatie kunt u terecht bij:
 
Tim de Beer
t 020 5225 399 / 06 – 39231175                                           
tim.de.beer@tns-nipo.com                                                       
twitter @timdebeer79
       


Koen de Groot
t. 020 522 55 26
e. koen.de.groot@tns-nipo.com
       



Onderzoeksnummer: D0542 
Het onderzoek is uitgevoerd middels de CAWI-methode (online). De steekproef is getrokken in TNS NIPObase. Aan het onderzoek werkten in totaal 1.007 Nederlanders van 18 jaar en ouder mee. Veldwerkperiode:17 t/m 22 februari 2016.
 
De steekproef is getrokken op basis van de ideaalcijfers voor geslacht, leeftijd, opleiding, Nielsen-regio, gezinsgrootte en politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 12 september 2012. De resultaten zijn herwogen op geslacht, leeftijd, opleiding, gezinsgrootte, politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 12 september 2012.
 
We benadrukken dat we in deze peiling met steekproefmarges te maken hebben. Voor de grootste partij in de peiling (PVV, met 20,9%) komt dit overeen met zo’n drie zetels hoger of lager. De VVD volgt op een tweede plaats (met 16,3%).
 
Bij publicatie of verspreiding graag de bron: TNS NIPO vermelden.
 
 

[1] Samenvatting argumenten. Pro: afbouwen handelstarieven, Oekraïne wordt democratischer/ minder corrupt, invloedrijker en sterker Europa, meer invloed in Oost-Europa. Contra: Oekraïne is instabiel/ corrupt, verdrag is ‘voorbode EU-lidmaatschap’, risico conflict met Rusland, risico dat er meer EU-0geld naar Oekraïne vloeit.