VVD halveert, PvdA grootste

Gepubliceerd: 07-11-2012

Vertrouwen in Rutte II bij start ongeveer op zelfde niveau als Rutte I bij start

Een dag nadat het kabinet Rutte II bij de koningin op het bordes stond, is duidelijk dat het aanvankelijke vertrouwen van Nederlanders in Rutte en Samsom een forse deuk heeft opgelopen. Vooral de VVD krijgt een dreun van jewelste: als er vandaag verkiezingen worden gehouden, zou de VVD nagenoeg halveren (21 zetels). Ook de PvdA levert in, maar deze partij zou met 33 zetels ruimschoots de grootste blijven. Het vertrouwen in Rutte II is bij haar aantreden vergelijkbaar met het vertrouwen in Rutte I. VVD-kiezers zijn - nu al – verdeeld over het akkoord en menen dat de VVD de onderhandelingen heeft verloren. Dat alles blijkt uit onderzoek van TNS NIPO. 

De golf van negatieve publiciteit die voornamelijk de VVD voor haar kiezen kreeg nadat meer details van het regeerakkoord van VVD en PvdA bekend werden, heeft massale verschuivingen in kiezersvoorkeuren veroorzaakt. De VVD zou slechts 21 zetels halen als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden. De PvdA verliest ook (vooral aan de SP, 8%), maar zou met 33 zetels momenteel wel de grootste zijn.
 
Slechts 45% van de Nederlanders die 12 september VVD stemden, zou nu weer VVD stemmen. De VVD verliest in gelijke mate aan de concurrentie op rechts (CDA: 9%, D66: 9% en PVV: 9%) en daarnaast ook aan 50 Plus (5%), die bij diverse partijen kiezers trekt. Een aanzienlijk deel van de VVD-achterban (17%) geeft aan het nu even ‘niet meer te weten’.

1 | Zetelverdeling TNS NIPO week 45
  TK 2010 TK 2012 5 nov ‘12
VVD 31 41 21
PvdA 30 38 33
PVV 24 15 20
SP 15 15 21
CDA 21 13 17
D66 10 12 17
ChristenUnie 5 5 4
SGP 2 3 4
GroenLinks 10 4 3
PvdD 2 2 2
50 Plus - 2 8
 
Vertrouwen Rutte II bij aanvang vergelijkbaar met vertrouwen in Rutte I
Intussen is het tweede kabinet Rutte gevormd en aangetreden. Ondanks het feit dat beide partijen gezamenlijk ruim de helft van de zetels hebben binnengehaald, geniet het inmiddels niet veel vertrouwen meer onder de bevolking. Drie op de tien (30%) Nederlanders geven aan veel tot heel veel vertrouwen te hebben in het kabinet van VVD en PvdA, vergelijkbaar met de vertrouwensscore bij aanvang van het kabinet VVD, CDA met gedoogsteun van de PVV. Zes op de tien (59%) Nederlanders hebben weinig tot zeer weinig vertrouwen in deze regering – in Rutte I had een nog iets groter percentage (63%) weinig vertrouwen. Ter vergelijking: het kabinet Balkenende IV genoot aanvankelijk bij 42% van de Nederlanders vertrouwen.
 
Het vertrouwen in Rutte II is het grootst bij de achterban van D66 (57%) en PvdA (57%). Bij de achterban van de VVD valt de balans andersom uit: 42% heeft vertrouwen, 51% heeft weinig vertrouwen. Het vertrouwen is het laagst bij de achterban van de SP (16%) en PVV (2%).

2 | Vergelijkbaar vertrouwen in Rutte II als in Rutte I bij start, Balkenende IV genoot bij aanvang meer vertrouwen
Hoeveel vertrouwen heeft u in de regering ..? 25 feb  2007 Balkenende IV 25 okt 2010
Rutte I
6 nov 2012
Rutte II
Heel veel vertrouwen 5 2 3
Veel vertrouwen 37 29 28
Weinig vertrouwen 31 45 42
Heel weinig vertrouwen 7 18 16
Weet niet 20 7 11

Soortgelijke verhoudingen vinden we bij de vraag of men als kiezer tevreden is met de komst van Rutte II. Iets meer kiezers zijn ontevreden dan tevreden (38% versus 36%), vergelijkbaar met de mening ten tijde van de komst van Rutte I (36% ontevreden, 32% tevreden). Kiezers van de PvdA (55%) en D66 (44%) zijn het meest tevreden.
Ook kiezers van de VVD zijn vaker dan gemiddeld tevreden (40%), maar daar staat tegenover dat een even groot deel (40%) uitgesproken ontevreden is. Vooral SP-kiezers (55%) en PVV-kiezers (71%) zijn uitgesproken ontevreden.

Meer vertrouwen in lange levensduur Rutte II dan in Rutte I
In vergelijking met oktober 2010, ruim een week voordat het eerste kabinet Rutte werd beëdigd, hebben Nederlanders ten tijde van het aantreden van Rutte II meer fiducie in een lange levensduur van dit kabinet. Destijds verwachtte 18% dat Rutte I de vier jaar zou volmaken, 30% verwacht dat Rutte II de eindstreep zal halen. Daar staat tegenover dat bijna een derde (31%) verwacht dat het huidige kabinet voor 2014 ten val zal komen. Vooral PVV-kiezers (11%, tegenover 4% gemiddeld) verwachten dat het kabinet zelfs de jaarwisseling niet haalt.
 
Ten tijde van het aantreden van Rutte I hadden rechtse noch linkse kiezers veel vertrouwen in een lang leven van dat kabinet. Dat is nu anders. Opnieuw is het vertrouwen bij Paars (Plus)-partijen het grootst: maar liefst 55% van de GroenLinks-kiezers, de helft (49%) van de D66- en PvdA-kiezers en 42% van de VVD-kiezers ziet dit kabinet de eindstreep halen.

Achterban VVD ziet regeerakkoord vooral als overwinning PvdA, achterban PvdA ziet regeerakkoord als overwinning van beiden
Hoewel ook de PvdA pijnlijke concessies zegt te hebben gedaan (verkorting WW, bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, ontslagrecht), is haar eigen achterban per saldo vrij tevreden over het behaalde onderhandelingsresultaat. Twee derde (63%) vindt dat de PvdA voldoende uit de onderhandelingen heeft weten te slepen, 23% vindt van niet en 14% weet het niet.
 
De verontwaardiging bij VVD-kiezers lijkt groot. 85% van hen vindt dat de PvdA genoeg heeft binnengehaald, terwijl slechts 27% dat voor de VVD zelf vindt gelden. Twee derde van de PvdA-kiezers (63%) vindt dat de VVD wel degelijk voldoende heeft binnengehaald.

Ruim twee op drie Nederlanders vrezen financiële achteruitgang…
Een groot deel van de Nederlanders (68%) vreest dat men ten gevolge van de aangekondigde maatregelen van het kabinet er op achteruit gaat. Een op de zeven Nederlanders (14%) verwacht geen verandering, 6% verwacht er op vooruit te gaan en 11% weet het nog niet. De vrees voor achteruitgang is het sterkst bij VVD-kiezers (79%) en D66-kiezers (76%) en relatief het kleinst bij de PvdA-achterban, hoewel ook hier ruim de helft (56%) achteruitgang vreest.
 
Kijken we naar bruto inkomen van de huishoudens, dan zien we dat alle inkomensgroepen verwachten er op achteruit te gaan. Van de huishoudens met een modaal inkomen verwacht 61% er op achteruit te gaan, bij huishoudens met 1 tot 2 keer modaal verwacht 76% er op achteruit te gaan, bij huishoudens met 2 keer modaal gaat het om 85% en bij huishoudens met meer dan 2 keer modaal om 84%. Minst negatief zijn de beneden modale inkomens: van hen vreest 54% achteruitgang. Van de minima verwacht 61% per saldo achteruitgang.
 
Van de groep die achteruitgang vreest, stelt 39% - ruim een kwart van alle Nederlanders – dat de verwachte achteruitgang meer dan 100 euro per maand zal zijn. 3% van de Nederlanders vreest zelfs dat men er meer dan 500 euro per maand op achteruit zal gaan.
 
…maar staat per saldo ‘beetje’ nivellering voor
Toch is de gemiddelde Nederlander niet helemaal afkerig van nivellering. Op een schaal van 1 (‘de inkomensverschillen moeten kleiner worden’) versus 10 (‘de inkomensverschillen moeten groter worden’) bedraagt het gemiddelde een 4,40 (45% kiest voor 1 tot en met 4, 21% een 5). Weinig verrassend: de grootste tegenstanders van nivellering vinden we per saldo bij mensen die VVD stemden (5,61), de grootste voorstanders bij mensen die PvdA (3,79), SP (3,46) en GroenLinks (3,09) stemden. Opvallend: de huidige VVD-stemmers (5,38) tenderen meer naar het midden. Het lijkt erop dat de VVD de afgelopen periode veel sociaaleconomisch ‘rechtse’ kiezers is kwijtgeraakt.

Weinig verrassend: hoe hoger het bruto inkomen, hoe afkeriger men tegenover nivellering staat. De gemiddelde score van de minima, op een schaal van 1 tot 10, bedraagt 3,13, die van de modale inkomens 3,80 en die van meer dan twee keer modaal 5,57. Wellicht verrassender: Nederlanders die er ten gevolge van de kabinetsplannen op achteruit denken te gaan, denken niet wezenlijk anders over nivellering (4,37) dan de gemiddelde Nederlander.
 
Linkse, modale kiezer ziet inkomensafhankelijker maken ziektekostenpremie zitten, rest niet
Dat betekent overigens niet dat alle Nederlanders het plan om de ziektekostenpremie inkomensafhankelijk te maken zien zitten, ook niet in combinatie met verlaging van de inkomensbelasting. Een derde van de Nederlanders (31%) ziet dit zitten, een grotere groep (43%) is negatief.
 
PvdA-kiezers (48% goede zaak, 27% slechte zaak) en SP-kiezers (41% goede zaak, 33% slechte zaak) zijn per saldo voorstander van deze combinatie. Nederlanders die op 12 september VVD en PVV stemden, wijzen dit het meest expliciet af: respectievelijk 63% en 55% vindt dit een (zeer) slechte zaak.
 
Meest positief over het inkomensafhankelijk maken van de ziektekostenpremier en verlaging van de inkomensbelasting zijn huishoudens met een modaal inkomen (42% positief, 30% negatief). Huishoudens met twee keer modaal zijn per saldo het meest negatief (15% positief, 81% negatief).

Onderzoeksverantwoording
Onderzoeksnummer: D0542. Onderzoeksmethode: TNS NIPObase CAWI.
Aantal respondenten: aan het onderzoek werkten 964 Nederlanders (18+) mee.
 
Veldwerkperiode: 2 t/m 5 november 2012
De steekproef is getrokken op basis van de ideaalcijfers voor geslacht, leeftijd, opleiding, gezinsgrootte, regio, sociale klasse en politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 12 september 2012. De resultaten zijn herwogen op geslacht, leeftijd, opleiding, gezinsgrootte, sociale klasse en politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 12 september 2012 en Nielsen-regio.
 
We benadrukken dat we in deze zetelpeiling met steekproefmarges te maken hebben.
Voor de grootste partij (de PvdA, met 21,5%) is dat 2,5%. Dit komt overeen met drie a vier zetels.
 
Bij verspreiding of publicatie de bron TNS NIPO gebruiken.
 
Voor meer informatie
Tim de Beer
t. 020 522 53 99
e. tim.de.beer@tns-nipo.com
 
Peter Kanne
t. 020 522 59 24
e. peter.kanne@tns-nipo.com