Vertrouwen kabinet krabbelt iets op

Gepubliceerd: 09-12-2013

PVV en VVD leiden in zetelpeiling

Het lijkt erop alsof de regeringspartijen VVD en PvdA het politieke jaar 2013 met opgeheven hoofd kunnen eindigen. Vlak voor Prinsjesdag noteerde het tweede kabinet Rutte een historisch lage vertrouwensscore, zakte regeringspartij PvdA naar 13 virtuele zetels en scoorden ook Rutte en Samsom een dikke onvoldoende (beiden 4,6). Drie maanden, een Herfstakkoord en positief economisch nieuws later ziet het er weer wat beter uit voor VVD en PvdA. De VVD staat met 24 zetels tweede in de zetelpeiling (achter de PVV, met 27 zetels) en de PvdA zit weer in de lift (18 zetels). Hetzelfde geldt voor de populariteit van Mark Rutte en Diederik Samsom en de vertrouwensscore van het kabinet, hoewel het herstel nog broos is. Ook het vertrouwen in de levensvatbaarheid van Rutte II is toegenomen: momenteel denkt een derde (33%) dat het kabinet de volle rit zal uitzitten. Dit alles blijkt uit onderzoek van TNS NIPO.

In vergelijking met de peiling van drie maanden geleden levert de PVV in (van 33 naar 27 zetels), maar blijft de grootste. De VVD zit met 24 zetels echter op het vinkentouw[1]. De SP blijft stabiel (21 zetels) en D66 stijgt naar 20 zetels. De PvdA herstelt zich enigszins van de uitschieter naar beneden in september en kan nu weer op 18 zetels rekenen. Het CDA scoort nu 14 virtuele zetels. Verder valt op dat 50 Plus verder inlevert (van 9 naar 6 zetels) en dat ChristenUnie (van 6 naar 8 zetels) en GroenLinks (van 3 naar 5 zetels) terrein winnen. Voor GroenLinks is het lang geleden – enige tijd na het sluiten van het Lenteakkoord in 2012 - dat deze partij op 5 virtuele zetels kon rekenen. De Piratenpartij komt momenteel net te kort voor een zetel.
 
Vertrouwen in regering krabbelt iets op
In september gaf nog maar 12% van het electoraat aan vertrouwen te hebben in de huidige regering. Dat was - met afstand - de laagste score die TNS NIPO ooit voor een zittende regering had gemeten sinds wij dit ten tijde van Kok II structureel begonnen te doen.
Eind 2013 is de vertrouwensscore iets opgekrabbeld: nu geeft 15% aan vertrouwen te hebben in deze regering. Dat is nog altijd geen al te beste score (een evenaring van de op één na laagst gemeten score, ten tijde van het tweede kabinet Balkenende in juli 2005), maar wel een aanmerkelijke verbetering – zeker als we kijken naar het percentage dat ‘heel weinig vertrouwen’ in het kabinet heeft: dat daalt van 36% naar 29%.
 
Dat wil niet zeggen dat de achterban van de regeringspartijen weer massaal fiducie in de coalitiegenoten heeft. Ter indicatie: 20% (was 14%) van de PvdA-stemmers uit september 2012 geeft aan vertrouwen te hebben in het kabinet, terwijl dat voor 33% (was 24%) van de VVD-stemmers geldt. D66-stemmers zitten daar tussenin (28%).

Vertrouwen in Rutte II krabbelt iets op:

Hoeveel vertrouwen heeft u in de regering ..? 25 okt 2010
Rutte I
28 feb 2011
Rutte I
14 sept 2011
Rutte I
6 nov 2012
Rutte II
19 dec 2012
Rutte II
13 feb 2013
Rutte II
17 apr 2013
Rutte II
26 juni 2013
Rutte II
13 sept 2013
Rutte II
6dec 2013
Rutte I
  % % % % % % % % % %
Heel veel vertrouwen 2 3 1 3 1 1 0 1 1 1
Veel vertrouwen 29 28 21 28 24 25 21 17 11 14
Weinig vertrouwen 45 41 48 42 47 42 47 46 47 47
Heel weinig
vertrouwen
18 20 18 16 21 21 22 29 36 29
Weet niet 7 8 11 11 8 11 10 7 6 9

Nu denkt derde dat kabinet volle vier jaar uitzit
Het licht opgekrabbelde vertrouwen vertaalt zich eveneens in toegenomen verwachtingen met betrekking tot de levensduur van Rutte II. Het aandeel kiezers dat verwacht dat het kabinet 2015 niet gaat halen is sterk afgenomen (van 57% in september naar 42% nu). Momenteel denkt een derde (was 24%) dat Rutte II de hele rit uitzit.

Voorzichtig herstel rapportcijfers Rutte en Samsom
Mark Rutte moest het formeren van zijn nieuwe kabinet aanvankelijk met een flinke afname in waardering bekopen. Begin 2013 leek hij enigszins op de weg terug, hoewel zijn populariteit het niveau van 2011 en de eerste helft van 2012 bij lange na niet haalde. Medio 2013 zakte zijn rapportcijfer echter weer, om vlak voor Prinsjesdag een all time low te bereiken (4,6).
De waardering voor Diederik Samsom maakte eenzelfde ontwikkeling door. Scoorde Samsom een dag voor de verkiezingen met een 6,7 nog met afstand het beste van alle partijleiders, in december 2012 en februari 2013 was dat een 6,0 en in de tweede helft van het jaar zakte dat cijfer verder. Ook hij noteerde voor Prinsjesdag een schamele 4,6.
 
Begin december 2013 is de populariteit van zowel Rutte (5,1) als Samsom (5,0) weer enigszins aan het herstellen. Rutte en Samsom kregen er enkele maanden geleden van nagenoeg alle kiezers van langs - ook van de mensen die op 12 september 2012 VVD dan wel PvdA stemden. Nu krijgt Samsom weer een krappe voldoende (5,9) van de eigen kiezers, en Rutte een ruime voldoende (6,4). Emile Roemer (6,1), Arie Slob (6,1) en Alexander Pechtold (5,9) scoren van alle politieke leiders het hoogst. Timmermans, Dijsselbloem en Asscher (allen PvdA) blijven de populairste ministers.

Onderzoeksverantwoording
Onderzoeksnummer: D0542. Onderzoeksmethode: TNS NIPObase CAWI.
Aantal respondenten: aan het onderzoek werkten 999 Nederlanders (18+) mee.
Veldwerkperiode: 29 november t/m 4 december 2013.
De steekproef is getrokken op basis van de ideaalcijfers voor geslacht, leeftijd, opleiding, gezinsgrootte, regio, sociale klasse en politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 12 september 2012. De resultaten zijn hier ook op herwogen.
 
We benadrukken dat we in deze zetelpeiling met steekproefmarges te maken hebben.
Voor de grootste partij (de PVV, met 17,6%) is dat 2,4%. Dit komt overeen met drie tot vier zetels.
 
Bij verspreiding of publicatie de bron TNS NIPO gebruiken.
Voor meer informatie:
 
Tim de Beer
t. 020 522 53 99
e. tim.de.beer@tns-nipo.com
 
Peter Kanne
t. 020 522 59 24
e. peter.kanne@tns-nipo.com
 
[1] Het verschil tussen PVV en VVD valt binnen de onzekerheidsmarge en is derhalve niet ‘absoluut’ te noemen.