Sombere bedrijven hopen op ‘terugkeer ratio’

Gepubliceerd: 03-09-2012




TNS NIPO en het Financieele Dagblad ontwikkelden het Ondernemerspeil: een tweetal indices die het ‘humeur’ van ondernemend Nederland in kaart brengen. Het Ondernemerspeil bestaat uit de bedrijfsvoeringindex en ondernemingsklimaatindex. Maandelijks worden de resultaten gepubliceerd in het FD en bij TNS NIPO. 


Ondernemers kiezen voor andere oplossingen dan burgers
De Nederlandse bedrijvenpopulatie is momenteel al even somber als de gemiddelde burger over de huidige economische situatie. Over de nabije toekomst is men iets zonniger, maar de zwartkijkers domineren nog altijd. Daarnaast staan ook de meeste bedrijfseconomische seinen op oranje – de winst en het aantal vacatures in het bijzonder. Dat blijkt uit het eerste Ondernemerspeil, een door TNS NIPO en het Financieele Dagblad ontwikkelde index die het ‘humeur’ van ondernemend Nederland in kaart brengt. Het Ondernemerspeil bestaat uit de bedrijfsvoeringindex en ondernemingsklimaatindex. Beide indices halen een fors negatieve score, respectievelijk -41 en -38. Uit het onderzoek blijkt verder dat de Nederlandse bedrijven voor andere oplossingen kiezen dan de Nederlandse burger om een uitweg uit de crisis te vinden.

Beslissingsbevoegden bij bedrijven stemmen VVD (44%) of anders D66 (8%), SP (7%), PVV (6%), PvdA (5%) of CDA (5%). Men is sowieso erg VVD-minded: als er twee partijen moeten worden genoemd die het beste de verkiezingen kunnen winnen om de economie er weer bovenop te helpen, dan wordt de VVD verreweg het meest genoemd (62%). Onder burgers heeft de VVD (26%) aanmerkelijk meer concurrentie (van de SP, 20%, en PvdA, 12%).
 
Daarnaast hebben ondernemers aanmerkelijk meer vertrouwen in enkele prominente leden van het demissionaire kabinet Rutte dan de gemiddelde burger: demissionair premier Rutte scoort een 7,0 (burgers: 6,1) en minister van Financiën De Jager zelfs een 7,3 (burgers: 6,6). Ondernemers negeren de politieke flanken en geven de voorkeur aan een zakenkabinet (20%), gevolgd door een middencoalitie van VVD, CDA, PvdA en D66 (16%) en de vijf partijen die het Lenteakkoord sloten (11%). Ook onder burgers is de middenvariant populair (13%), maar een even groot deel (13%) geeft de voorkeur aan een linkse coalitie van SP, PvdA, D66 en GroenLinks. Deze coalitie krijgt bij bedrijven de handen nauwelijks op elkaar (2%).
 
1 Na de verkiezingen op 12 september 2012 zijn er enkele regeringscoalities mogelijk. Welke van onderstaande coalities heeft uw voorkeur?
  Ondernemers augustus 2012 Burgers augustus 2012
  % %
Een zakenkabinet met ‘politiek onafhankelijke’ bewindslieden 20 8
VVD, CDA, PvdA en D66 16 13
VVD, CDA, D66, GL en CU 11 7
VVD, SP en CDA 9 5
VVD, PVV, CDA 7 5
VVD, SP en PvdA 4 4
SP, PvdA, CDA en D66 4 6
VVD, SP en PVV 3 5
SP, PvdA, D66, GL 2 13
SP, PvdA, D66, GL en CU 2 3
VVD, PvdA, D66, GL en CU 2 3
Geen van deze 10 6
Weet niet/geen mening 11 22
 
 
 
Ondernemers: bevorderen koopkracht, versoepelen arbeidsmarkt
Ook op andere vlakken lopen de beleidswensen van bedrijven en burgers uiteen. Zo stelt een kwart (26%) van de ondernemers dat het bevorderen van de koopkracht absolute prioriteit moet hebben bij een volgend kabinet. Burgers leggen juist in grote mate (32%) de nadruk op het bevorderen van de werkgelegenheid. Ook lijken de ondernemers meer waarde te hechten aan een strikte begrotingsdiscipline. Een meerderheid (57%) is voorstander van extra bezuinigingen om het begrotingstekort verder terug te dringen, een meerderheid van de burgers (59%) is hier juist tegen.
 
Ondernemers en burgers verschillen op twee grote sociaaleconomische dossiers fundamenteel van mening: slechts een kwart van de burgers is voorstander van het versoepelen van het ontslagrecht (24%) en het verlagen van de uitkeringen (27%), terwijl een krappe meerderheid van de ondernemers – in beide gevallen 52% - deze maatregelen ondersteunt. Overige maatregelen die ondernemers propageren zijn – niet verwonderlijk - het schrappen van vestigingsregels en het verlagen van de belasting voor bedrijven: respectievelijk 73% en 71% is voorstander. Overigens is (ruim) de helft van de burgers hier ook voorstander van.
 
Er zijn ook kwesties waarop ondernemers en burgers veel met elkaar gemeen hebben. Als er een top vijf aan bezuinigingsmaatregelen moet worden gemaakt, dan noemt ruim de helft van de ondervraagden (58%) verdere bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en een even groot deel (58%) een verlaging van de Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie. Andere populaire maatregelen: een nullijn voor ambtenaren in 2013 (48%), banken meer belasting laten betalen (41%), verhoging van de hoogste belastingschijf (38%) en volledige afschaffing van de hypotheekrenteaftrek binnen dertig jaar (34%). Buitengewoon impopulair zijn de invoering van de forensentaks (4%) en meer vrijheid voor gemeenten om zelf belastingen te heffen (3%). 
 
Ondernemers zien veel meer heil in Europa dan gemiddelde burger
Terwijl de euroscepsis bij de gemiddelde Nederlander een piek bereikt, ziet het bedrijfsleven het over het algemeen nog wel zitten met de Europese Unie. Acht op de tien ondernemers (80%) zijn voorstander van het Nederlandse lidmaatschap van de Europese Unie, 18% is tegen. Burgers zijn een stuk minder positief: momenteel is 61% voor en ruim een kwart (28%) tegen. Bijna driekwart (73%) van de bedrijven ziet een positieve toekomst voor de euro, terwijl de burger daarover verdeeld is (52% voor, 42% tegen).
 
Bedrijven zien vaker dan burgers een oplossing voor de Europese schuldencrisis in meer politieke integratie (35% voor) en meer beslissingsbevoegdheden voor de EU (28% voor). Niet zozeer het overhevelen van meer macht aan Europese instellingen, maar het oprichten van een Europees toezichtsorgaan voor de bankensector (85% voor), het gelijkstellen van beleid op het gebied van nationale begrotingen (75% voor), omgang met het buitenland (70%) en nationale belastingen (60% voor) zijn maatregelen die van een meerderheid goedkeuring krijgen. Overigens ziet een (kleinere) meerderheid van de burgers deze maatregelen per saldo ook wel zitten.
 
‘Ondernemersklimaatindex’ en ‘bedrijfsvoeringindex’
TNS NIPO en het Financieele Dagblad ontwikkelden het Ondernemerspeil: een tweetal indices die het ‘humeur’ van ondernemend Nederland in kaart brengen. Het Ondernemerspeil bestaat uit de bedrijfsvoeringindex en ondernemingsklimaatindex.

De bedrijfsvoeringindex wordt als volgt berekend: de respondenten wordt gevraagd of men een toename, afname of status quo van twaalf indicatoren voor bedrijfsvoering rapporteert (de afgelopen maand) en verwacht (in de komende zes maanden). Als op meer dan de helft van de indicatoren ‘weet niet’ wordt geantwoord, telt de respondent niet mee. Vervolgens worden de vragen over de huidige en toekomstige situatie op respondentniveau bij elkaar opgeteld. Het indexcijfer wordt uitgedraaid door het percentage negatieve antwoorden af te trekken van het aantal positieve antwoorden. Elke respondent krijgt zo een gemiddelde score: hoger dan 0 is per saldo positief, lager dan 0 per saldo negatief.

De ondernemersklimaatindex wordt als volgt berekend: de respondenten wordt gevraagd hoe men het huidige economische klimaat en ondernemingsklimaat waardeert, en of men de komende maanden een verbetering, status quo of verslechtering verwacht. Tevens wordt een rapportcijfer voor de aantrekkelijkheid om te ondernemen gevraagd (1 t/m 3: negatief, 4 t/m 7: neutraal, 8 t/m 10: positief). Als op meer dan de helft van de vragen ‘weet niet’ wordt geantwoord, telt de respondent niet mee. Vervolgens worden de vragen over op respondentniveau bij elkaar opgeteld. Het indexcijfer wordt uitgedraaid door het percentage negatieve antwoorden af te trekken van het aantal positieve antwoorden. Elke respondent krijgt zo een gemiddelde score: hoger dan 0 is per saldo positief, lager dan 0 per saldo negatief.
 
‘Ondernemingsklimaatindex’: -38
Een nog kleiner aandeel bedrijven (7%) dan burgers (10%) stelt dat de huidige economische situatie ‘goed’ is. Daarnaast denken bedrijven dat de situatie de komende zes maanden eerder zal verslechteren (31%) dan verbeteren (24%). Soortgelijke cijfers vinden we voor het ondernemingsklimaat: bedrijven zijn iets vaker negatief dan positief – zowel over het klimaat nu als in de nabije toekomst. Het gemiddelde rapportcijfer voor de mate van aantrekkelijkheid om te ondernemen kan als een ‘zes min’ worden opgevat (5,6).
 
De ‘ondernemingsklimaatindex’ die uit deze variabelen wordt geconstrueerd – het percentage respondenten met een positieve score minus het percentage met een negatieve score - is sterk negatief: -38. Negatiever dan gemiddeld scoren de bouwbedrijven, bedrijven die actief zijn in de detailhandel en middelgrote bedrijven (10 tot 100 werknemers), relatief positief zijn bedrijven die in de industriële sector en de productie actief zijn.
 
2 | Ruim helft neutraal over ondernemingsklimaat
  Ondernemingsklimaat nu Ondernemingsklimaat komende zes maanden
  % %
Zeer goed/ veel beter dan op dit moment 0 0
Tamelijk goed/ iets beter dan op dit moment 21 17
Niet goed, maar ook niet slecht/
niet beter, maar ook niet slechter dan op dit moment
52 60
Tamelijk slecht/ iets slechter dan op dit moment 25 19
Zeer slecht/ veel slechter dan op dit moment 1 1
Weet niet 1 3
 
‘Bedrijfsvoeringindex’: - 41
Kijken we naar twaalf kernindicatoren die de bedrijfseconomische stand van zaken bij bedrijven in de afgelopen maand peilen, dan zien we dat vrijwel alle seinen op oranje staan: de winst en het aantal uitgezette vacatures in het bijzonder. Over de komende zes maanden bestaat hier en daar optimisme: zo verwacht een kwart een toename van het aantal uit te brengen offertes. Ondernemers verwachten per saldo echter een verdere afname op indicatoren als bedrijfsinvesteringen en vacatures.
 
Ook de ‘bedrijfsvoeringindex’ is sterk negatief: -41. Deze index bestaat uit een combinatie van de huidige en verwachte twaalf kernindicatoren bestaat, opnieuw: de index wordt berekend door het percentage respondenten met een negatieve score van het percentage met een positieve score af te trekken) - is sterk negatief: -41. Uiterst negatief zijn (opnieuw) de bouwbedrijven, terwijl grotere bedrijven (100 werknemers of meer) en bedrijven die in de industriële sector en de productie actief zijn een stuk beter scoren.
 
Ondernemer hoopt op een ‘terugkeer van de ratio’
Pessimistische ondernemers maken zich zorgen over legio zaken: de stagnerende koopkracht, de aanhoudende eurocrisis en bankencrisis, bezuinigingen, de huizenmarkt, groeiende werkloosheid en onzekerheid over de electorale en beleidsmatige gevolgen van de naderende verkiezingen.
Ook zijn er zwartkijkers die ‘een vicieuze cirkel van negatief sentiment’ vrezen – al dan niet ‘aangewakkerd door de media’.
Optimisten stellen echter dat herstel zich aandient: deels omdat binnen hun branche naar eigen zeggen de export weer aantrekt, deels vanwege macro-economische signalen (aantrekkende beurskoersen), maar ook omdat men het simpelweg wil. Het moet ‘afgelopen zijn met het doemdenken’, stelt een respondent. ‘Ik hoop op een terugkeer van de ratio’, aldus een ander.
 
Onderzoeksverantwoording
Het onderzoek is uitgevoerd middels de CAWI-methode (online). De online steekproef is getrokken in TNS NIPO Businessbase, het panel voor Nederlandse bedrijven. In totaal werden 4.000 beslissingsbevoegden uitgenodigd.
 
Aan het onderzoek werkten in totaal 1.270 vertegenwoordigers van bedrijven mee. De steekproef is getrokken, en de resultaten zijn herwogen op arbeidsvolume (verdeling van het aantal werknemers binnen de Nederlandse bedrijvenpopulatie) en branche. Veldwerkperiode: 21 t/m 27 augustus 2012. In dezelfde periode zijn soortgelijke vragen onder Nederlandse burgers gesteld, zodat de uitkomsten op veel vragen met elkaar kunnen worden vergeleken.

Voor meer informatie neem contact op met Peter Kanne: 020 - 5225 924
of Tim de Beer: 020 - 5225 399