Sociaal akkoord valt goed, maar straalt nauwelijks af op regeringspartijen

Gepubliceerd: 17-04-2013

Revival polder toegejuicht; akkoord vooral als overwinning vakbonden gezien

De publieke ontvangst van het sociaal akkoord tussen kabinet, werkgevers en werknemers is redelijk tot goed te noemen. Alle individuele maatregelen worden door een meerderheid van de ondervraagden goed ontvangen. Het een en ander vertaalt zich echter niet in een toegenomen vertrouwen in het huidige kabinet – integendeel, dat is afgenomen naar 21%. Wel blijven VVD- en PvdA-kiezers in meerderheid achter het kabinet staan. Dat alles blijkt uit onderzoek van TNS NIPO.

Nederlandse kiezers zijn overwegend positief over het sociaal akkoord dat werkgevers, werknemers en kabinet donderdag 11 april sloten. Vooral de kiezers die op dit moment op VVD (71% positief) of PvdA (80%) zouden stemmen oordelen positief. Ook als we kijken naar het stemgedrag op 12 september vorig jaar blijkt dat de kiezers die op PvdA (67% positief) en CDA (72%) stemden het meest positief oordelen. Kiezers die bij de vorige verkiezingen op de VVD (59% positief) stemden, oordelen ‘gemiddeld positief’.
 
1 | Kiezers overwegend positief over sociaal akkoord

Zou nu stemmen op:

Allen VVD PvdA PVV SP CDA D66 50+ Zou niet stemmen
  % % % % % % % % %
Positief 59 71 80 44 61 62 50 59 39
Negatief 18 13 5 28 21 24 31 24 24
Weet niet / geen mening 22 16 15 28 18 14 19 17 37
Basis: heeft iets gezien, gehoord of gelezen over akkoord (n=777)

Het meest negatief oordelen de PVV-kiezers en degenen die niet van plan zij te gaan stemmen, maar ook zij oordelen per saldo positief.  Dat het electoraat overwegend positief oordeelt, valt grofweg in drie soorten argumenten samen te vatten:

  • Het is goed dat men überhaupt tot een akkoord is gekomen en dat sociale partners hierin een stem hebben;
  • Het is goed dat extra bezuinigingen (vooralsnog) uitblijven;
  • Goed dat sommige specifieke maatregelen (zoals verkorten van de ww, nullijn voor ambtenaren) worden uitgesteld.

Enkele citaten van kiezers die positief oordelen en deze drie redenen – herstel van de polder, geen nieuwe bezuinigingen, individuele maatregelen - illustreren:

‘Dat er een samenwerking/vertrouwen is tussen de regering, vakbonden en de werkgevers’
‘Dat het vooral breed gedragen wordt’
‘Het polderoverleg, ook al zijn de resultaten “niet je dat” ’
‘Het brengt rust tussen kabinet, werkgevers en werknemers. Het is nu een duidelijke basis voor verder beleid. Kan consumentenvertrouwen verbeteren.’

‘Het uitstel van de ruim 4 miljard bezuinigingen. Nederland zou worden kapot bezuinigd en dat is niet nodig, mits er structurele maatregelen tegenover staan om de overheidsfinanciën op termijn gezond te maken.’
‘We moeten in deze tijd van financiële crisis niet alles hoe dan ook kapot willen bezuinigen en zeker niet, zoals eerder was voorgesteld, op het sociale vlak en de werkgelegenheid.’
‘Dat er gekeken wordt naar andere oplossingen in plaats van alleen maar bezuinigingen.’

‘Dat er over de flexwerkers en de zzp’ers wordt gesproken. Zoals het nu gaat met al die mensen die geen pensioen opbouwen gaat het in de toekomst niet goed met Nederland’
‘WW blijft 3 jaar, ontslagrecht voorlopig niet versoepeld’
‘De sociale paragraaf : minder nul-uren-contracten, meer zekerheden voor flexwerkers en het akkoord over de ww-periode’
‘0-uren contracten in de zorg verbieden’
‘Geen verplichting voor elk bedrijf om arbeidsgehandicapten aan te nemen. Niet omdat deze mensen niet mogen werken, maar niet elk bedrijf is daar geschikt voor.’


Afzonderlijke maatregelen
Het meest positief zijn Nederlandse kiezers over de verruiming van de rechten voor flexwerkers. Met name PvdA-kiezers (87%) zijn hierover positief.
Dat de nullijn voor salarissen in zorg en onderwijs wordt losgelaten, wordt door 64% van de Nederlanders op prijs gesteld - het meest door PvdA (79%), D66- (76%) en SP-kiezers.
Dat de WW naar maximaal twee jaar gaat in 2016 wordt vooral door VVD-kiezers (70% positief) gewaardeerd. Met name PVV- en SP-kiezers zijn hierover minder te spreken.
Ook over het uitblijven van het quotum voor bedrijven om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen zijn met name VVD-kiezers positief (72%). PvdA-kiezers zijn hierover ongeveer even vaak positief (46%) als negatief (45%). Het meest negatief oordelen kiezers van GroenLinks (67% negatief[1]) en 50 Plus (51% negatief).

2 | Afzonderlijke maatregelen

 
Positief Negatief Weet niet

 

%

%

%

De rechten voor flexwerkers worden verruimd

78

6

16

De nullijn voor salarissen in zorg en onderwijs wordt losgelaten

64

15

21

De overbruggingsregeling voor verhoging van de AOW-leeftijd wordt verruimd

63

16

20

Maximale ontslagvergoeding van 75.000 euro voor werknemers jonger dan 50 jaar

60

19

21

Aanpassing van de duur van de WW naar maximaal twee jaar (in 2016)

53

31

15

Er komt geen quotum voor bedrijven om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen

43

36

21


Vakbonden en PvdA vaker als ‘winnaar’ gezien dan werkgevers en VVD
Het electoraat ziet – als er al een winnaar aan te wijzen is – de werknemers eerder als ‘winnaar’ dan de werkgevers of het kabinet. Potentiele VVD- en met name PvdA-kiezers zien relatief vaak winst voor het kabinet, maar kiezers van SP, CDA, D66 en 50 Plus wijzen de vakbonden als winnaar aan.

3 | Vakbonden per saldo vaakst als ‘winnaar’ van sociaal akkoord gezien
Zou nu stemmen op: VVD PvdA PVV SP CDA D66 50+ Zou niet stemmen Allen
  % % % % % % % % %
Vakbonden 28 30 20 33 35 38 42 8 27
Werkgeversorganisaties 18 18 16 16 11 5 23 9 15
Kabinet 19 22 17 13 8 10 8 4 12
Geen van deze 27 29 30 34 34 28 28 26 27
Weet niet 25 21 28 17 20 21 17 58 31
Totalen tellen op tot boven 100% omdat er maximaal drie antwoorden te geven waren

Van de regeringspartijen wordt de PvdA (20%) beduidend vaker als winnaar gezien dan de VVD (5%). Nog eens 22% ziet beide partijen als winnaar. Een opvallend groot aandeel vindt echter dat er helemaal geen winnaar is (35%). 

4 | PvdA vaker dan VVD als ‘winnaar’ van sociaal akkoord gezien
Zou nu stemmen op: VVD PvdA PVV SP CDA D66 50+ Zou niet stemmen Allen
  % % % % % % % % %
VVD 11 5 7 1 5 1 1 3 5
PvdA 20 28 14 25 22 34 16 7 20
Zowel VVD als PvdA 35 32 12 22 24 22 21 3 22
Geen van beide 21 20 43 37 41 25 46 65 34
Weet niet 13 14 24 14 8 19 16 22 21
Basis: heeft iets gezien, gehoord of gelezen over akkoord (n=777)

VVD blijft virtueel grootste, PVV klimt, 50 Plus daalt
De afgelopen twee maanden heeft zich één belangrijke electorale verschuiving voorgedaan. 50 Plus, dat in februari van dit jaar op maar liefst 24 virtuele zetels mocht rekenen, zakt flink terug. De PVV wint daarentegen aanzienlijk terrein: van 16 naar 23 virtuele zetels. Voor het overige zijn de verschuivingen minimaal. De VVD blijft met 28 zetels de grootste partij.

 
5 | Zetelverdeling TNS NIPO week 16
  TK 2012 5 nov ‘12 19 dec ‘12 13 feb ‘13 17 april ‘13
VVD 41 21 24 29 28
PvdA 38 33 34 23 22
PVV 15 20 21 16 23
SP 15 21 17 18 19
CDA 13 17 15 14 13
D66 12 17 15 12 13
ChristenUnie 5 4 6 5 7
SGP 3 4 4 4 4
GroenLinks 4 3 4 2 4
PvdD 2 2 3 3 3
50 Plus 2 8 7 24 14

In de motieven van ‘switchende’ kiezers zien we zelden het woord ‘sociaal akkoord’ terug. Hier een kiezer die dat wél doet:
 
De uitkomsten van het akkoord met de VVD vallen me zwaar tegen. De zwakkeren worden niet ontzien, ontwikkelingssamenwerking wordt gebruikt voor bevordering van Nederlandse handel’ (stemde PvdA, zou nu GroenLinks stemmen)
 
Zowel VVD als PvdA wordt nog altijd veel kwalijk genomen:
 
Omdat de PvdA ons laat barsten. De arbeider mag steeds meer betalen om rijk erg rijk te houden’ (stemde PvdA, zou nu PVV stemmen)
 
‘PvdA heeft veel beloftes verbroken en komt niet meer op voor de gewone, werkende mens’ (stemde PvdA, zou nu SP stemmen)
 
‘De VVD voldoet niet meer aan mijn dingen. Wat ze beloven doen ze niet. De VVD is bang dat voornamelijk Rutte niet meer kan regeren. Dus meelopen met de PvdA’ (stemde VVD, zou nu PVV stemmen)
 
‘Omdat de VVD te veel bezuinigt op de zorg en de gewone man moet maar blijven inleveren, ze moeten meer geld van de rijken nemen die voelen er toch niks van de crisis, wij de gewone man des te meer’ (stemde VVD, zou nu PVV stemmen)
 
‘Slechte omstandigheden die gecreëerd zijn door dit kabinet’ (stemde VVD, zou nu PVV stemmen)
 
Hoewel 50 Plus inzakt, staat de partij in vergelijking met de Kamerverkiezingen nog altijd op forse winst. De partij trekt nog altijd vooral kiezers van de traditionele drie middenpartijen, PvdA, CDA en VVD:
 
‘De thema´s die momenteel spelen o.a. pensioen en kortingen voor ouderen worden mijns inziens beter naar voren gebracht’ (stemde CDA, zou nu 50 Plus stemmen)
 
‘Omdat momenteel gedacht wordt dat de ouderen het meeste geld hebben. Hierbij wordt wel even vergeten dat zij er ook voor gewerkt hebben en ook met solidariteit te maken hadden waarop nu zo gehamerd wordt’ (stemde PvdA, zou nu 50 Plus stemmen)
 
‘Omdat ik zelf boven de 65 jaar ben en ik in de veronderstelling ben dat deze partij nu echt opkomt voor het ouderenbeleid’ (stemde VVD, zou nu 50 Plus stemmen)

Vertrouwen in Rutte II: afgenomen
Intussen is het tweede kabinet Rutte bijna een half jaar onderweg. Na de commotie rondom de ziektekostenpremie zakte het vertrouwen in het kabinet naar een kwart (25%), om begin 2013 te stabiliseren.
Hoewel het sociaal akkoord per saldo positief wordt ontvangen, heeft dit geen weerslag op het vertrouwen in het kabinet - integenddel. Dit vertrouwen is de afgelopen twee maanden verder afgenomen, van 26% naar 21%. Daarmee bevindt het vertrouwen zich op het (lage) niveau van het eerste kabinet Rutte. De conclusie dringt zich op: het relatieve succes van het sociaal akkoord straalt dus af op ‘de polder’, en niet op de politiek. 
VVD- en PvdA-kiezers hebben in meerderheid – respectievelijk 64% en 56% - nog wel vertrouwen in het kabinet, voor de achterban van de overige partijen geldt dat nauwelijks. Slechts 8% van de CDA- en SP-kiezers, 4% van de 50-Plus kiezers en 3% van de PVV-kiezers geeft het kabinet het voordeel van de twijfel. D66-kiezers zijn weliswaar positiever, maar per saldo nog altijd zeer negatief (23% heeft vertrouwen, 75% weinig vertrouwen).

6 | Vertrouwen in Rutte II afgenomen
Hoeveel vertrouwen heeft u in de regering ..? 25 okt 2010 Rutte I 28 feb 2011
Rutte I
14 sept 2011 Rutte I 6 nov 2012
Rutte II
19 dec 2012
Rutte II
13 feb 2013
Rutte II
17 apr 2013 Rutte II
  % % % % % % %
Heel veel vertrouwen 2 3 1 3 1 1 0
Veel vertrouwen 29 28 21 28 24 25 21
Weinig vertrouwen 45 41 48 42 47 42 47
Heel weinig vertrouwen 18 20 18 16 21 21 22
Weet niet 7 8 11 11 8 11 10

Vertrouwen in lange levensduur Rutte II afgenomen
Het afgenomen vertrouwen vertaalt zich ook in lagere verwachtingen met betrekking tot de levensduur van Rutte II. Verwachtte in februari 2013 43% dat het kabinet 2015 niet zou halen, nu geldt dat voor 48%. Een op de zes (16%) verwacht dat het kabinet dit jaar nog valt, nog maar een kwart (26%) denkt dat Rutte II de hele rit uitzit. Wat dat laatste betreft: de achterban van VVD (54%) en PvdA (52%) blijft onverminderd optimistisch.

7 | Nederlanders optimistischer over levensduur van coalitie VVD en PvdA
Hoe lang verwacht u dat het kabinet zal zitten? 6 november 2012, Rutte II 19 december 2012, Rutte II 13 februari 2013, Rutte II 17 april 2013, Rutte II
  % % % %
Het valt in 2012 4 * * *
Het valt in 2013 27 30 18 16
Het valt in 2014 17 22 25 32
Het valt in 2015 5 6 8 8
Het valt in 2016 0 2 1 1
Het maakt de 4 jaar vol 30 28 33 26
Weet niet/ geen mening 16 12 15  
17

Rapportcijfers Rutte en Samsom groeien naar elkaar toe
Mark Rutte moest het formeren van zijn nieuwe kabinet aanvankelijk bekopen met een flinke afname in waardering. Scoorde Rutte vlak voor de verkiezingen nog een 6,2, in december 2012 was dat slechts een 5,4 - verreweg de laagste score sinds Rutte voor het eerst premier werd. In 2013 lijkt hij enigszins op de weg terug, hoewel zijn populariteit het niveau van 2011 en de eerste helft van 2012 bij lange na niet haalt. Net als in februari 2013 scoort hij een 5,7. Wel is zijn vertrouwen onder VVD-kiezers weer hersteld. In december 2012 gaven VV-kiezers Rutte nog een onvoldoende, inmiddels is dat weer een 7,5.
Het rapportcijfer voor Diederik Samsom kruipt langzaam richting dat van Rutte. Scoorde Samsom een dag voor de verkiezingen met een 6,7 nog met afstand het beste van alle partijleiders, in december 2012 en februari 2013 was dat een 6,0 en nu is dat een 5,9.
Emile Roemer (6,1) en Alexander Pechtold (6,0) scoren iets hoger dan Samsom, Henk Krol (5,6 – verlies van een half punt), Sybrand van Haersma Buma (5,5) en Halbe Zijlstra (5,5) scoren lager dan Rutte en Samsom. Hoogst gewaardeerde politicus blijft momenteel minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep Jeroen Dijsselbloem (6,4).
 
Onderzoeksverantwoording
Onderzoeksnummer: D0542. Onderzoeksmethode: TNS NIPObase CAWI.
Aantal respondenten: aan het onderzoek werkten 1.007 Nederlanders (18+) mee.
 
Veldwerkperiode: 12 t/m 16 april 2013
De steekproef is getrokken op basis van de ideaalcijfers voor geslacht, leeftijd, opleiding, gezinsgrootte, regio, sociale klasse en politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 12 september 2012. De resultaten zijn hier ook op herwogen.
 
We benadrukken dat we in deze zetelpeiling met steekproefmarges te maken hebben.
Voor de grootste partij (de VVD, met 18,3%) is dat 2,4%. Dit komt overeen met drie tot vier zetels.
 
Bij verspreiding of publicatie de bron TNS NIPO gebruiken.
Voor meer informatie:
 
Tim de Beer
t. 020 522 53 99
e. tim.de.beer@tns-nipo.com
 
Peter Kanne
t. 020 522 59 24
e. peter.kanne@tns-nipo.com