Nederlanders zetten deur op forse kier voor private investeringen in de zorg

Gepubliceerd: 09-02-2011

Private investeringen in de gezondheidszorg kunnen een bijdrage leveren aan structurele financieringsproblemen in deze sector. Door demografische ontwikkelingen (vergrijzing) en betere behandelmethodes stijgt ook in Nederland in de komende jaren de vraag naar zorg fors. Het regeringsvoornemen om in de komende vier jaar miljarden op de zorg te bezuinigen staat op gespannen voet met deze constatering. In dit spanningsveld kunnen private investeringen mogelijk soelaas bieden. Dit blijkt uit een onderzoek onder 1.134 Nederlanders dat TNS NIPO in samenwerking met het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit heeft uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn op 9 februari in Den Haag gepresenteerd tijdens het 11e Clingendael European Health Forum.

Traditiegetrouw vindt de Nederlandse burger het zeer belangrijk dat de Nederlandse gezondheidszorg tot de beste van de wereld behoort. Tegelijkertijd blijft men grote waarde hechten aan solidariteit (‘iedereen heeft recht op de best mogelijke zorg’). Nederlanders zijn daarom mordicus tegen ‘scheefheid’ die zou ontstaan wanneer iemand die meer betaalt betere toegang tot zorgfaciliteiten krijgt. Nederlanders zijn ook wars van bezuinigingen op de gezondheidszorg.

In een lijst met onderwerpen waarop bezuinigd kan worden, staat ‘zorg’ helemaal onderaan, nog onder ‘onderwijs’:


1 | Waarop moet bezuinigd worden resp. meer aan worden besteed?

  bezuinigen Niet bezuinigen, niet meer aan besteden Meer aan besteden
  % % %
Hulp aan derde wereld 60 34 4*
Defensie 60 33 4
Recreatie & cultuur 33 56 9
Milieubescherming 19 62 16
Wonen/ huisvesting 12 63 22
Handel & economie 10 63 22
Verkeer & vervoer 10 56 38
Sociale zekerheid 7 53 38
Veiligheid 4 44 51
Onderwijs 2 33 64
Gezondheidszorg 2 27 70


Ondanks de huidige financiële krapte wil een grote meerderheid van de mensen juist meer aan de zorg besteden en is bezuinigen eigenlijk geen optie. Een mogelijke oplossing kan zijn dat private investeerders in het ‘financiele zorggat’ springen dat de overheid niet wil of kan dichten. De Nederlandse bevolking staat hier redelijk neutraal tot enigszins positief tegenover: men is weliswaar niet bijster enthousiast (29% tot 40%, afhankelijk van de geïnformeerdheid van de burger). Slechts weinigen zijn uitgesproken afwijzend (15 tot 17%). Men heeft liever particuliere investeerders dan bezuinigingen in de zorg.

Als het concreet gaat over een deels particulier gefinancierd ziekenhuis, ziet men zowel voordelen als nadelen. Waargenomen voordelen zijn: grotere klantvriendelijkheid, toename van efficiëntie en even hoge kwaliteitsstandaarden. Maar tegelijkertijd vreest men dat het de investeerder alleen om de winst zal gaan.

In het onderzoek is ook aandacht besteed aan groepen die men kan beschouwen als beter geïnformeerd, dan wel als meer betrokken: aan de ene kant economen/ bedrijfskundigen, aan de andere kant chronische patiënten en mensen die werkzaam zijn in de zorg.

Voor de economen geldt dat zij vaker vinden dat de uitgaven aan zorg gelijk moeten blijven (zij zien liever meer bestedingen aan onderwijs). Zij hebben ook minder het idee dat er momenteel een noodzaak is voor private investeringen in de zorg. Zij geven echter wel veel duidelijker aan positieve verwachtingen te hebben van particulier gefinancierde ziekenhuizen. Ook staan zij het algemeen positief tegenover investeringen van private kapitaalverstrekkers. Ook zijn de ‘economen’ vaker voorstander van het principe dat mensen die meer betalen ook betere zorg mogen krijgen.

Mensen met een chronische aandoening, die meer te maken hebben met de gezondheidszorg, lijken niet anders te denken over private investeringen in de zorg dan mensen die geen chronische ziekte hebben.

Ook mensen die werkzaam zijn in de zorg hebben, hoewel zij wel vaker vinden dat er nu al te weinig artsen en verpleegkundigen zijn, geen afwijkende mening over private investeerders.

* Telt niet helemaal op tot 100% vanwege een klein percentage 'weet niet'.

F9764 | TNS NIPObase CAWI | Het veldwerk vond plaats gedurende de eerste twee weken van 2011. In totaal werden 1.134 personen van 18 jaar en ouder ondervraagd (n=1.134).

Bij publicatie of verspreiding de bron TNS NIPO vermelden. Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met Henk Foekema (tel: 020 522 5472).