Mediabeleving in de afgelopen vier jaar stabiel gebleven

Gepubliceerd: 18-01-2012

TNS NIPO heeft, samen met Magazines.nl, PMA, Cebuco, PostNL en LMP, het unieke Mediabelevingsonderzoek voor de vierde keer succesvol uitgevoerd. Hoewel er de afgelopen jaren veel gebeurd is in het medialandschap heeft dit maar tot kleine veranderingen geleid in de relatieve posities die de mediumtypen (tijdschriften, internet, dagbladen, televisie, radio, huis-aan-huisbladen, bioscoop en post) innemen op de elf belevingsdimensies. De mediumtypen vervullen dus nog veelal dezelfde rol als vier jaar geleden.

Het onderzoek dat ongeveer één keer in de vier jaar wordt uitgevoerd meet de media- en reclamebeleving. Dit is de emotionele, gevoelsmatige ervaring (subjectieve beleving) die mensen ondergaan tijdens het consumeren van media en reclame. Het onderzoek is uniek omdat het de kwalitatieve prestaties van meerdere mediumtypen op een eenduidige manier met elkaar vergelijkt. Vanwege de multimediale en kwalitatieve insteek wordt het onderzoek door de mediabranche breed omarmd en gewaardeerd. Het vormt een waardevolle onderbouwing van het buikgevoel over de kwalitatieve prestaties van de diverse media in Nederland.


Nieuwe invalshoeken vergroten bruikbaarheid resultaten

Na de succesvolle edities in 1997/1998, 2003/2004 en 2007 is het onderzoek in 2011/2012 uitgebreid met het meten van de beleving via devices (zoals smartphone en tablet) en zijn drie nieuwe belevingsdimensies aan het onderzoek toegevoegd. Het betreffen de actualiteitfactor, de innovatiefactor en sociale interactiefactor.

Dagbladen zijn de autoriteit op het gebied van informatie en actualiteiten

Dagbladen behouden hun toppositie als het gaat om het bieden van nuttige en geloofwaardige informatie (informatiefactor) en het raken van lezers door zowel de positieve als negatieve berichtgeving (geraaktheidfactor). Ook op de nieuwe actualiteitdimensie (snel op de hoogte/up-to-date blijven), scoren dagbladen het hoogst van alle mediumtypen.

 

Tijdschriften: medium waarin men zich herkent en dé bron voor praktische tips en laatste trends

Tijdschriften scoren ook op drie belevingsdimensies een nummer één positie. In tijdschriften herkent men zich het meeste (identificatiefactor), terwijl tijdschriften eveneens het beste in staat zijn om lezers te voorzien van handige tips (praktische bruikbaarheid) en op de hoogte te houden van nieuwe trends en ontwikkelingen (innovatiefactor).

 

Huis-aan-huisbladen zijn een waardevolle bron voor tips en ideeën

Huis-aan-huisbladen zijn het medium dat het meeste vanuit tijdverdrijf wordt geconsumeerd. Toch halen lezers veel handige tips en ideeën uit huis-aan-huisbladen (tweede plaats op praktische bruikbaarheid na tijdschriften).

 

Post weet ontvangers te raken

Post scoort van alle belevingsdimensies het hoogst op de geraaktheidfactor (gedeelde 2e/3e positie samen met televisie na dagbladen). Post, waarbinnen het aandeel zakelijke post de afgelopen jaren is toegenomen, weet de ontvangers echt te raken.

 

Internet voor sociale interactie en actualiteiten

Het onderzoek bevestigt het buikgevoel ten aanzien van internet; internet is een medium dat gebruikt wordt voor actualiteiten (tweede plaats op de actualiteitfactor na dagbladen) en om samen met anderen iets te doen/te delen en in contact te blijven (tweede plaats op sociale interactie na bioscoop).

 

Bioscoop: een vermakelijk en sociaal medium

Bioscoop behaalt, net als in de voorgaande edities, de meeste topposities op de belevingsdimensies. Een bioscoopbezoek leidt tot het meeste vermaak (transformatiefactor), het meeste enthousiasme (stimulansfactor), en de meeste gespreksstof (sociale factor). Tevens wordt het bezoeken van een bioscoop het meest ervaren als een mogelijkheid om samen met anderen iets te doen of te delen (sociale interactiefactor).

 

Radio heeft één specifieke kwaliteit: het bieden van vermaak

Radio heeft één duidelijke specifieke functie; het is echt een transformatiemedium (tweede plaats op de transformatiefactor na bioscoop). Op de andere dimensies behaalt radio een middenmoot of achterhoedepositie.

 

Televisie is een medium waarin men zich herkend

Televisie behaalt, na tijdschriften, de hoogste relatieve positie op de identificatiefactor; kijkers herkennen zich in én identificeren zich met de programma’s die zij kijken. Ook weet televisie kijkers te raken getuige de gedeelde 2e/3e positie samen met post op de geraaktheiddimensie (dagbladen zijn de onbetwiste nummer één op deze dimensie).

 

Toename penetratie tablet en smartphone verrijkt internetbeleving

Nieuw in het onderzoek is het meten van de mediabeleving via mobiele apparaten. Bij elk mediumtype doen zich nuanceverschillen voor in termen van beleving. De grootste verschillen zijn zichtbaar bij internet. Bij gebruik van een tablet haalt men meer informatie en actualiteiten van het internet, terwijl de smartphone meer vanuit tijdverdrijf wordt gebruikt en het gebruik ervan tot meer gespreksstof en sociale interactie leidt.

 

Bij verspreiding of publicatie graag de bron TNS NIPO gebruiken.

Voor meer informatie:

Vincent Kuijpers
Research director Technology & Media TNS NIPO
t 020 5225 735
e vincent.kuijpers@tns-nipo.com

Over Mediabelevingsonderzoek

Het Mediabelevingsonderzoek is het enige single source mediaonderzoek in Nederland. De ‘kwalitatieve’ prestaties van diverse mediumtypen worden in dit onderzoek op eenduidige wijze met elkaar vergeleken. Het onderzoek geeft inzicht in mediabeleving, dat wil zeggen de emotionele, gevoelsmatige ervaring (subjectieve beleving) die mensen ondergaan tijdens het consumeren van media. Vanwege de kwalitatieve insteek is het onderzoek een waardevolle aanvulling op de kwantitatieve bereikonderzoeken die er in de markt zijn.

 

Mediabeleving wordt gemeten aan de hand van items die worden terug gerapporteerd op elf belevingsdimensies als de informatie- en transformatiefactor. In het onderzoek is ook de beleving van reclame gemeten met een subset uit de items die ten grondslag liggen aan het vaststellen van mediabeleving. Het onderzoek is in het verleden uitgebreid gevalideerd door een keur aan toponderzoekers in de markt. Het is voor het eerst uitgevoerd in 1997/1998, daarna in 2003/2004, 2007 en nu dus voor de vierde keer in 2011/2012.

Nieuw deze editie zijn onder andere het meenemen van de drager (apparaat) waarop men de media consumeert en drie nieuwe hoofddimensies waarop de prestaties van de media met elkaar zijn vergeleken. Het betreffen de actualiteitfactor (zorgde ervoor dat ik snel op de hoogte/up-to-date was), innovatiefactor (gaf me de mogelijkheid om in aanraking te komen met nieuwe dingen/verrast te worden, zorgde ervoor dat ik voorop loop, hield me op de hoogte van nieuwe trends) en sociale interactiefactor (stelde me in staat om samen met anderen iets te doen/te delen, te weten hoe het met anderen gaat, in contact te zijn met anderen).

Onderzoeksgegevens

Naam: Mediabeleving 2011/2012. Projectnummer: G2483. Doelgroep: Nederlandse bevolking van 13 jaar en ouder, totaal n=1.703 personen. Methode: CAWI. (internetters) en Face to Face (niet-internetters). Het veldwerk heeft plaatsgevonden van 18 november tot en met 1 december 2011.