Vertrouwen in 'tefalpremier' blijft groot, maar uitdagers zitten op het vinkentouw

Gepubliceerd: 26-05-2012

Nog meer dan drie maanden te gaan voor de Tweede Kamerverkiezingen, maar met het debat over het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) is de verkiezingsstrijd welbeschouwd al afgetrapt.  De SP en vooral de PVV proberen de onrust over de Europese aanpak van de financiële crisis te verzilveren. Het vertrouwen in 'Tefalpremier' Mark Rutte is ondanks het mislukte gedoogavontuur nog tamelijk ongeschonden, waardoor de VVD de beste vooruitzichten blijft houden om op 12 september de grootste te worden. Maar de electorale positie van de liberalen is iets verzwakt: de SP en PvdA hebben momenteel een nagenoeg even groot kiezerspotentieel. Dat alles blijkt uit onderzoek van TNS NIPO en de Universiteit van Amsterdam, in opdracht van de Volkskrant. Het onderzoek brengt de sterke en zwakke punten van de grootste partijen en haar lijsttrekkers in beeld, belicht het strijdpunt Europa en maakt zonneklaar dat het straks bijna onmogelijk wordt om een coalitie te vormen waarin iedereen zich zal herkennen.
 

VVD/Mark Rutte
KRACHT: De premier en VVD-leider doet zijn bijnaam ‘Tefalpremier’ eer aan. Het mislukte gedoogavontuur met de PVV is bijna onmerkbaar van hem af gegleden, het vertrouwen is nagenoeg ongeschonden. Bijna de helft van de Nederlanders ziet hem als de beste premierskandidaat, ongeveer evenveel als aan de vooravond van de verkiezingen van juni 2010. Geen enkele andere lijstrekker komt bij hem in de buurt.
Ondanks het vertrouwen in Rutte persoonlijk, is de electorale positie van de VVD iets verzwakt. Het aantal mensen dat aangeeft serieus te overwegen om op de VVD te stemmen ligt iets lager dan in 2010 maar op enkele belangrijke beleidsterreinen hebben de kiezers nog steeds het meeste vertrouwen in het beleid van de liberalen.
Dat geldt voor het gezond maken van de overheidsfinanciën, maar liefst 31 percent noemt dan de VVD, maar ook het veiligheidsbeleid wordt met een score van 30 percent bij voorbaat aan de partij van Rutte toevertrouwd.
ACHILLESHIEL: Europa. De perikelen rond het noodfonds beheersen dezer dagen de politieke discussie in Den Haag. Uit het onderzoek van TNS Nipo blijkt nu nog niet dat de Europese Unie een belangrijk verkiezingsthema vormt. PVV-leider Wilders zou dat wel graag willen. Het TNS Nipo-onderzoek wisjt erop dat dat een vriuchtbare strategie kan zijn. Bij doorvragen blijken de kiezers in het TNS Nipo onderzoek zéér sceptisch over de EU (zie kader Europa).
Het onderwerp Europa hangt al de hele regeringsperiode als een molensteen rond Rutte’s nek. In peilingen heeft de VVD meestal iets boven de 30 zetels gezweefd. Maar in liberale kring zijn ze ervan overtuigd dat Rutte en de VVD nog veel populairder zouden zijn geweest, als Rutte zich door de crisis niet voortdurend gedwongen had gezien een gematigde toon over Europa aan te slaan.

 

SP/Emile Roemer
KRACHT: Kiezers, óók die van andere partijen vinden Emile Roemer een fijne vent, veertig procent heeft vertrouwen in hem. Na Rutte is hij degene die van kiezers op hun huis mag passen.

Sinds de vorige verkiezingen is de SP erin geslaagd zich inhoudelijk te verbreden; naast de plannen voor de zorg en de sociale zekerheid boezemen ze nu ook vertrouwen in op de onderwerpen onderwijs (15%), overheidsfinanciën (14%), inkomensbeleid (16%) en werkgelegenheid (17%).

Het vertrouwen in Roemer, twee jaar geleden nog uit het niets op de plaats van de plotseling vertrokken Agnes Kant beland, is sinds de vorige verkiezingen bijna verdubbeld. Die persoonlijke populariteit is van grote waarde, want bij twijfel tussen twee partijen zegt 56 procent van de kiezers dat hun vertrouwen in de lijsttrekker de doorslag zal geven. Daarmee verkeren Roemer en de zijnen in een goede startpositie om de grootste partij danwel de grootste partij op links te worden. Het potentiële electoraat van VVD, SP en PvdA is daardoor op dit moment ongeveer even groot, rond de 25%.

ACHILLESHIEL: de PVV. Nu Wilders uit het Catshuis is gestapt, heeft die de handen weer vrij. Inhoudelijk zijn de overeenkomsten groot, zo toont het onderzoek weer aan, niet alleen aangaande de EU maar ook op onderwerpen als het belang van koopkracht (groot) en gezonde overheidsfinanciën (matig).

De PVV kan de SP nu weer voluit beconcurreren op ‘asociale regeringsmaatregelen’ en ‘geld weggooien in de Europese bodemloze put’. Dat moet een tegenvaller zijn voor Roemer. Die rekende zich al rijk toen Wilders na alle eerdere compromissen (200 verkiezingsbeloftes gebroken, zegt de SP) in het Catshuis bezig was ook de rest van zijn verkiezingsprogramma van 2010 door te trekken. Aan de andere kant: ammunitie genoeg om Wilders de komende maanden te bestoken.

 

PvdA/ Diederik Samsom
ACHILLESHIEL: Bij de PvdA beginnen we ermee, want: het automatisme op links is weg. Dat de SP de grootste (op links) kan worden is een novum en is een ramp voor de sociaal-democraten. Tot dusver gold: wie links is en zo direct mogelijk invloed wil uitoefenen, moet bij de PvdA zijn. Strategische stem om ‘rechts’ dwars te zitten: PvdA. Das war einmal.

 KRACHT: De PvdA kan nog wel degelijk de grootste op links worden, en zelfs de grootste van allemaal. De aantallen kiezers die een stem overwegen op VVD, SP of PvdA zijn vrijwel identiek. Het vertrouwen in lijsttrekker Samsom moet dan wel omhoog. Troost is dat Rutte ruim drie maanden voor de verkiezingen van 2010 op hetzelfde percentage (28%) stond.

De partij geniet op het punt van werkgelegenheid het meeste vertrouwen en neemt op het terrein van inkomensbeleid en sociale zekerheid een stevige tweede plaats in. De PvdA moet een campagne willen die in het teken staat van werkgelegenheid en eerlijk delen.

 

PVV/ Geert Wilders
KRACHT: Europa. Wat voor Rutte geldt, geldt omgekeerd voor Wilders. Alle aandacht voor het Europese noodfonds is koren op Wilders’ molentje. De uitkomsten van het onderzoek zullen hem daarin sterken (zie kader Europa). Electorale winst lijkt dat niet op te leveren, veel groeimogelijkheden heeft de PVV niet. Maar met de focus op een nieuw thema (na de islam en immigratie) kan hij zijn kiezers uit 2010 mogelijk vasthouden.

 ACHILLESHIEL: Buiten zijn eigen aanhang is er weinig vertrouwen in Wilders. Van de PVV-aanhang noemt 48 procent de SP als favoriete coalitiepartner, maar zelfs SP’ers beantwoorden die liefde niet. De weerzin tegen Wilders bij de overige kiezers blijft zeer groot. Zijn standpunten over Europa, immigratie en criminaliteit worden door een grote groep Nederlanders gedeeld, maar dat is voor hun geen reden om een stem op de PVV te overwegen. Vandaar ook dat zijn groeimogelijkheden beperkt lijken.

 

D66/ Alexander Pechtold
KRACHT: D66 is het mooiste meisje op het bal, waar de PVV het onwelriekende muurbloempje is. Van SP tot en met VVD, de achterbannen van vrijwel alle partijen zouden graag samenwerking zien met de ‘progressief-liberalen’. Pechtold zelf wordt door 38 procent van de ondervraagden als ‘betrouwbaar’ gezien. Mocht Wilders erin slagen Europa tot belangrijk thema te promoveren, dan zal Pechtold, als de anti-Wilders, daarvan mogelijk weten te profiteren. Zijn potentiële kiezers staan op vrijwel alle onderwerpen, dus ook inzake Europa, recht tegenover de PVV-standpunten.  

ACHILLESHIEL: In 2010 stond Pechtold zelfs even bovenaan in de peilingen, maar als zo vaak viel het echte resultaat tegen. Tien zetels slechts kreeg D66. Het mooiste meisje moest toezien hoe muurbloempje Wilders er met prins Rutte vandoor ging.

Toen kwam D66 van drie zetels, nu is het fundament steviger. Handicap is wel dat kiezers D66 vereenzelvigen met onderwerpen die ze op dit moment niet doorslaggevend vinden, zoals onderwijs.   

 

CDA/ Sybrand van Haersma Buma
KRACHT: Het vertrouwen in Van Haersma Buma als kersverse lijsttrekker is met 28% redelijk te noemen. Tegelijk zijn de peilingen nog steeds zo slecht, dat het alleen nog maar omhoog lijkt te kunnen. Maar die gedachte klinkt in christen-democratische kring inmiddels alweer enkele jaren, telkens bleek het wensdenken.

ACHILLESHIEL Voor het CDA is het electorale perspectief vrij somber. Lastig is dat de partij in de ogen van de kiezers geen scherp politiek profiel heeft. Toen de christen-democraten nog met een vaste, trouwe kiezersschare steevast in het centrum van de macht zat, werd die onduidelijkheid vaak gezien als een voordeel. Nu de partij zich omhoog moet vechten in de gunst van de kiezers, lijkt het wazige profiel eerder een handicap. Onderwerpen als ‘normen en waarden’ leven inmiddels zelfs onder CDA-kiezers nauwelijks (15%). Alleen op de zorg scoort de partij nog een derde plaats, voor de oplossing van de andere belangrijkste problemen kijkt de kiezer naar andere partijen. 

 

De Coalitiepuzzle
Lang golden de PVV en de SP als uitersten van het politieke spectrum, in de klassieke links-rechts verdeling. Maar gemeten naar de opvattingen van kiezers, zo laten de data van TNS Nipo/ UvA zien, geldt inmiddels op veel punten een andere verdeling: de absolute tegenpolen zijn D66 en de PVV. Het verkeer tussen kiezers van beide partijen is bijna nul, ten opzichte van elkaar nemen ze de uiterste posities in.

Voor de VVD staan, na het gestrande gedoogavontuur met de PVV, alle seinen op groen om nu een reuzenzwaai naar de andere pool te maken: de voorkeur van hun kiezers ligt bij CDA en D66. CDA-kiezers zijn het hier van harte mee eens, de aanhang van D66 wil vooral graag samenwerken met de VVD. Probleem is wel dat de drie partijen volgens de huidige peilingen nog een zetel of vijftien tekort komen om een regering te vormen.  

Wie kan daar bij? De ‘FC Kunduz’, de coalitie die het begrotingsakkoord sloot, lijkt om meerdere redenen geen optie; GroenLinks en ChristenUnie komen dezer dagen samen amper tot tien zetels én de achterbannen van de andere drie partijen zien er weinig tot niets in.

D66 is het mooiste meisje van het bal, de kiezers van veruit de meeste partijen zien samenwerking wel zitten – op die van PVV, SGP en ChristenUnie na. D66-kiezers lonken zelf ook alle kanten op, hun tweede keus na de VVD is de PvdA.

Maar daar hebben VVD-kiezers weer geen trek in, in liberale hoek is samenwerking met de sociaal-democraten nog vrijwel net zo impopulair als twee jaar terug. Slechts 15 procent van de liberale aanhang zou ervoor voelen. Na het Catshuisdebâcle is de PVV nog net wat minder gewild: 13 procent van de VVD’ers wil daar nog mee samenwerken.

Opvallend is dat PVV’ers als eerste coalitiegenoot de SP noemen. Die liefde blijft onbeantwoord, SP’ers gaan veel liever in zee met respectievelijk de PvdA, D66 en GroenLinks. Maar in de huidige peilingen komt ook zo’n combinatie lang niet tot een meerderheid.

Een combinatie van de nieuwe ‘eurosceptici’ dan: PvdA, PVV en SP? De PvdA-aanhang wil niets liever dan samenwerken met de SP, liefst 58 procent noemt dat de eerste voorkeur. Zelfs binnen de PVV is er wel enige bereidheid om met de sociaal-democratische tegenstrever van weleer een coalitie te vormen (27 procent). Maar de PvdA-kiezers voelen helemaal niets voor een coalitie met Wilders. De sociaal-democraten geven dan de voorkeur aan Wilders’ nieuwe aartsvijand, D66. Zo is de cirkel rond. Er is geen coalitie mogelijk waarin de kiezers van de deelnemende partij zich eensgezind in kunnen herkennen.  

 

Twijfel over Europa
De SP en vooral de PVV doen dezer dagen goede zaken rond de onrust over de Europese aanpak van de financiële crisis. Een groot deel van het electoraat is gevoelig voor hun scepsis.

 

Een ruime meerderheid is nog steeds voorstander van het lidmaatschap van de Europese Unie, maar de twijfel is stevig. Bijna een kwart van de kiezers is ondertussen voor uittreden. Vooral onder PVV-kiezers (55%) en SP-kiezers (31%) leeft deze opvatting sterk.

Twijfel aan het nut van de Europese Unie blijkt vooral uit de antwoorden op de stelling dat Nederland heeft geprofiteerd van het lidmaatschap. Slechts 33% is het met deze stelling eens. Grofweg de helft van de kiezers van D66, CDA, PvdA en GroenLinks is daarvan overtuigd, maar bij de SP gaat het om slechts 25% en bij de PVV zelfs 11%. Bij de VVD achterban is de groep die is overtuigd van het profijt van het lidmaatschap, teruggelopen tot eenderde.

Rond de Europese Unie blijkt ook een sterke tegenstelling in de opvattingen van hoog en laag opgeleide kiezers. Terwijl 35% van de laagopgeleiden (kiezers met alleen basisonderwijs of LBO/VBO) voor uittreding is, geldt dat voor slechts 13% van de hoogopgeleiden, middelbaar opgeleiden zitten met hun standpunten dichtbij de opvattingen van de laag opgeleiden. Bij de vraag over het profijt van de EU voor Nederland blijkt een vergelijkbaar verschil, bijna de helft van de kiezers met een academische of HBO-opleiding is ervan overtuigd dat Nederland voordeel heeft gehad van de EU, Bij de overige kiezers.is dat slechts een kwart.

 

Onderzoeksverantwoording
Dit onderzoek is in opdracht van de Volkskrant uitgevoerd door TNS NIPO en de Universiteit van Amsterdam, onder leiding van Philip van Praag van de afdeling Politicologie van de UvA. Tussen 16 en 21 mei zijn 1536 Nederlanders online ondervraagd. Voor TNS NIPO werkten Peter Kanne en Tim de Beer mee aan dit onderzoek. Dit onderzoek zal tot aan de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september nog enkele keren worden herhaald.

Een licht gewijzigde versie van dit artikel verschijnt op zaterdag 26 mei in de Volkskrant.