Belangrijke Conclusies Commissie Deetman op basis van TNS NIPO-onderzoek

Gepubliceerd: 16-12-2011

DEN HAAG, 16 december 2011


De kans op ongewenste seksuele benadering was voor minderjarigen in een instelling twee maal zo groot als het landelijk gemiddelde van 9,7 %. Bij deze uitkomst is geen betekenisvol verschil tussen instellingen met en zonder RK-signatuur. Dit concludeert de onderzoekscommissie naar seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) vandaag in haar eindrapport. Ook stelt de commissie vast dat enkele tienduizenden minderjarigen tussen 1945 en 2010 in de RKK te maken kregen met lichte, ernstige of zeer ernstige vormen van grensoverschrijdend seksueel gedrag van personen werkzaam in de Rooms-Katholieke Kerk.

 

Voor een wetenschappelijk onderbouwde schatting van seksueel misbruik maakte de commissie gebruik van vragenlijsten onder een selectie van melders en een grootschalig survey-onderzoek onder 34.234 Nederlanders van veertig jaar en ouder, uitgevoerd door TNS NIPO. Het gehele persbericht van de Commissie Deetman kunt u nalezen op www.onderzoekrk.nl

Belangrijkste conclusies

De belangrijkste conclusies op basis van het TNS NIPO-onderzoek:

 

Van de Nederlanders van veertig jaar en ouder is 1 op de 10 (9,7%) voor het achttiende jaar tegen zijn of haar zin seksueel benaderd door een volwassen niet-familielid. Het gaat hier om seksueel misbruik in de ruime betekenis van het begrip: lichte, matige maar ook ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag jegens minderjarigen.

 

Het totale aantal gevallen van seksueel misbruik waarbij een pleger werkzaam in de RKK betrokken is geweest kan geschat worden op enkele tienduizenden.

 

De kans op ongewenste seksuele benadering was voor degenen die een deel van hun jeugd in een instelling hebben doorgebracht tweemaal zo groot (respectievelijk 21 en 22%) als het landelijk gemiddelde van 9,7%. Er is bij deze uitkomst geen betekenisvol verschil tussen instellingen met en zonder RK-signatuur.

 

Bij de omvang van seksueel misbruik van minderjarigen in de RKK die een deel van hun jeugd in een van de genoemde instellingen hebben doorgebracht gaat het om een aantal slachtoffers dat vermoedelijk ligt tussen de 10.000 en 20.000.

 

Beeldvorming

Vanaf de eerste maanden van 2010 berichtten de media op grote schaal over seksueel misbruik van minderjarigen in de RKK in Nederland. De commissie komt op basis van de survey van TNS NIPO tot de conclusie dat de media een vertekend beeld boden van seksueel misbruik in de RKK.


Het beeld dat in de media werd geschetst is dat misbruik voornamelijk voorkwam binnen de RKK en verweven is met de gesloten en hiërarchische cultuur van internaten, kostscholen, seminaries, opvoedingstehuizen en andere instellingen van deze kerk. In dat beeld werd nauwelijks onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van misbruik. Het kwam veelvuldig voor en alle vormen van misbruik waren even ernstig. Bovendien zou sprake zijn van een doofpotcultuur.


Analyse van de spontane meldingen die bij de commissie binnenkwamen leidt tot conclusies die in hoofdlijnen overeenkomen met het beeld dat de media schetsten. Dit beeld fundeerde zich hoofdzakelijk op ervaringen van degenen die bereid waren tegenover journalisten hun verhaal te doen.

 

Vooral ook het surveyonderzoek leidt op belangrijke punten tot bijstelling van dit beeld. Zo houdt het beeld geen stand dat seksueel misbruik van minderjarigen primair een zaak is geweest van de RKK. Seksueel misbruik van minderjarigen komt  breed voor in de Nederlandse samenleving. Ook vond het misbruik niet hoofdzakelijk plaats in onderwijsinstellingen. Bovendien wijkt ook het beeld in de media over de aard en ernst van het misbruik af van de bevindingen van de commissie.

 





Bronnen onderzoek
Voor het inzicht in de aard en omvang van seksueel misbruik baseerde de commissie zich op empirische gegevens uit meldingen en een grootschalig survey-onderzoek onder de Nederlandse bevolking. Bij de interpretatie van de gegevens uit het survey-onderzoek, dat TNS NIPO uitvoerde, hanteerde de commissie enige voorzichtgheid, omdat dit onderzoek tot 65 jaar terugkijkt, het menselijk geheugen feilbaar is en er verschillende opvattingen zijn over wat onder seksueel misbruik moet worden verstaan.

Redenen om voor TNS NIPO te kiezen

In het rapport (pag. 559/560) licht de commissie toe waarom voor TNS NIPO is gekozen:


De keuze voor TNS NIPO werd ingegeven door de volgende punten:

- TNS NIPO besteedt veel aandacht aan de representativiteit van haar panel;

- TNS NIPO heeft een van de grootste panels van Nederland tot haar beschikking;

- TNS NIPO  is succesvol in het behalen van hoge respons percentages (rond de 76 procent);

- TNS NIPO heeft een ISI 9001 certificaat, wat weergeeft dat de organisatie aan een reeks van professionele kwaliteitskenmerken voldoet.’

 

 

Voor eventuele vragen over het eindrapport van de Commissie Deetman kunt u contact opnemen met Gert Jan Verhoog (g.j.verhoog@gmail.com, dan wel 06 - 52 53 98 97).
Zie ook de website: www.onderzoekrk.nl

Voor meer info over de survey van TNS NIPO kunt u contact opnemen met:
Peter Kanne (020 5225 924, Peter.Kanne@tns-nipo.com) of Daniël Mager: (020 5225 486, Daniël.Mager@tns-nipo,com).